Loading: 0%

Gelijk in de dood, ongelijk in het leven. Deze website gaat over verhalen van afro amerikanen die meegeholpen hebben aan de bevrijding van Europa.

Ontdek de verhalen en ervaringen van zowel afro amerikanen als Nederlandse burgers aan het eind van de oorlog.

03. Digischool

Inleiding Leerlingen

In het dorp weet bijna iedereen dat de biologische vader van baby Karel een zwarte soldaat is. Als volwassene kent Karel de verhalen die rondgaan over de aanwezigheid van zwarte troepen. Wanneer een heemkundige de naam van Karels vader weet te achterhalen en hem zelfs een foto van het graf van zijn biologische vader overhandigt, reageert Karel zeer geëmotioneerd en wil hij niet terug gaan naar zijn herinneringen.[1]

[1] Kirkels, Kinderen van zwarte bevrijders, 17.

Karel is een pseudoniem, een schuilnaam, dus niet de echte naam van het bevrijdingskind. Zelfs op latere leeftijd wil hij niet meewerken aan een oral-history-project over bevrijdingskinderen. In een oral-history-project (mondelinge geschiedenis project) wordt informatie verzameld door mensen te interviewen. De mondelinge verhalen schrijven ze daarna op. Over zwarte Amerikaanse bevrijders en bevrijdingskinderen van kleur bestaan weinig geschreven bronnen en hierdoor konden historici geen geschiedenis schrijven over dit onderwerp.

Door het oral-history-project is er nu meer bekend over de lang verzwegen geschiedenis van bevrijdingskinderen met een donkere huidskleur. Ze werden geboren in 1944 en 1945, en enkel in de gebieden waar langere tijd zwarte Amerikaanse soldaten van de servicetroepen waren gestationeerd. Dat was vanaf september 1944, na de mislukking van Operatie Market Garden. In Zuid-Limburg kwamen naar schatting zeventig kinderen van zwarte Amerikaanse soldaten ter wereld en in de omgeving van Budel in Noord-Brabant en in Wijchen bij Nijmegen ook nog een onbekend aantal.

In hun jeugd worden kinderen van zwarte bevrijders zoals Karel, ‘Amerikaantjes’ genoemd, of krijgen ze scheldnamen naar hun hoofd geslingerd.

In hun jeugd worden kinderen van zwarte bevrijders zoals Karel, ‘Amerikaantjes’ genoemd, of ze krijgen scheldnamen naar hun hoofd geslingerd. Net als de meeste witte oorlogs- en bevrijdingskinderen (circa 8000) kennen ze hun biologische vader niet. Namen en adressen waren niet altijd uitgewisseld en vaak werd er over de ‘schande’ van een buitenechtelijk kind gezwegen. Er zijn baby’s die worden afgestaan of in een tehuis terechtkomen. Er zijn er wiens moeder alleenstaand is, of later trouwt, waarna ze deel uitmaken van een gezin met een stiefvader. Het leven van deze kinderen van zwarte bevrijders gaat niet over rozen.

Mensen doen nu eenmaal vreselijke dingen, soms met misdadige, maar soms ook met de beste bedoelingen.

Als je voorheen op internet informatie zocht over bevrijdingskinderen, bijvoorbeeld op de website van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), en de zoekterm ‘zwarte soldaten’ gebruikte, kreeg je resultaten over NSB-ers die bij de Duitse SS waren gegaan, maar over zwarte Amerikaanse bevrijders was er niets. Het eerste doel van dit digitale lesboek is om jullie in contact te brengen met dit onbekende deel van de Nederlandse bevrijdingstijd. Het boek gaat over hoe onze bevrijders eruit gezien hebben, het bestaan van Nederlandse kinderen van zwarte bevrijders en de positie van hun biologische vaders in het Amerikaanse leger. Gaat het hier om een klein verhaal binnen de grote Tweede Wereldoorlog? Als we naar de aantallen kijken niet! Merkwaardig genoeg kreeg het aandeel van de zwarte Amerikanen maar weinig aandacht, terwijl hun bijdrage in werkelijkheid erg groot was. Maar liefst 900.000 Afro-Amerikanen werkten, zowel thuis als overzee, mee aan de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Tel je de zwarte Amerikaanse troepen in Afrika en in de Stille Oceaan mee, dan waren er in totaal 1,2 miljoen zwarte Amerikanen betrokken bij de strijd. Hoeveel van hen in Nederland actief waren, is niet bekend.

Een tweede doel van het digitale lesboek - en van het vak geschiedenis in het algemeen - is bewustwording van het belang van historische kennis. Je leert begrijpen wat er goed en slecht is gegaan in het verleden. Daardoor begrijp je ook meer van het hier en nu. Denk niet dat we door historische kennis het kwaad kunnen voorkomen. Misstanden uit andere tijden kunnen zich herhalen.

Mensen doen nu eenmaal vreselijke dingen, soms met misdadige, maar soms ook met de beste bedoelingen.

Wat ga je leren met behulp van dit digitale lesboek?

- Ik kan na het maken van verschillende opdrachten een onbekend aspect van de bevrijdingstijd van Nederland onder woorden brengen en/of opschrijven.
- Ik kan onderscheid maken tussen de verschillende soorten bevrijders en ik kan verklaren waarom Black Liberators lang onderbelicht bleven in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.
- Ik leer nieuwe begrippen (onder andere ‘segregatie’) die horen bij de geschiedenis van gekleurde bevrijders en ik kan die bij verschillende opdrachten toepassen.
- Ik kan onder woorden brengen dat er andere normen en waarden golden tijdens de oorlog.
- Ik kan onder woorden brengen dat verschillende groepen van de samenleving ook verschillende normen en waarden hebben en dat normen en waarden tijdsgebonden zijn.
- Ik kan onder woorden brengen dat het verschil tussen ‘goed’ en ‘fout’ afhankelijk is van tijd en plaats.
- Ik kan bronnen analyseren en de gevonden informatie gebruiken om antwoorden te formuleren op (onderzoek)vragen.
- Ik kan uitleggen dat generaties uit verschillende tijden verschillende verhalen vertellen bij een monument of een gebeurtenis.

Hoe gebruik je dit digitale lesboek?

Je hebt veel keuzevrijheid als je gaat werken met dit digitale lesboek. Je mag bij veel opdrachten zelf uitkiezen welke variant je maakt. Ga in overleg met je vakdocent over de opdrachten die je moet maken. Gebruik het digitale leesboek als je te weinig informatie hebt of een vraag niet kunt beantwoorden.

Zit jij op het vmbo? Probeer dan gerust eens de havo-vwo-opdrachten uit.

Ben je een havo of vwo-leerlingen? Wie weet spreekt het onderwerp je wel aan en kun je het lees- en lesboek gebruiken als bronnen voor je profielwerkstuk (PWS).