Loading: 0%

Gelijk in de dood, ongelijk in het leven. Deze website gaat over verhalen van afro amerikanen die meegeholpen hebben aan de bevrijding van Europa.

Ontdek de verhalen en ervaringen van zowel afro amerikanen als Nederlandse burgers aan het eind van de oorlog.

menu
01. Verhalen: Kind van een zwarte bevrijder

Ed Moody

Op de kade van Antwerpen staat op 5 september 1945 een hoogzwangere vrouw uit Maastricht, Lenie Moody-Wetzels. Ze wil haar man Edward uitzwaaien die zich heeft moeten inschepen op een troepenschip dat hem terugbrengt naar de Verenigde Staten. Lenie’s oom Pie, die in Hasselt woont, bracht Lenie naar Antwerpen. Lenie hoopt afscheid van Edward te kunnen nemen, maar al doen Pie en zij nog zoveel moeite, ze kunnen Edward niet ontdekken tussen de duizenden soldaten op de kade. Teleurgesteld en verdrietig keert Lenie met haar oom terug naar Hasselt. Negen dagen later, op 14 september 1945, wordt Ed, de zoon van Lenie en Edward geboren.

Veertig jaar later besloot Ed's dochter Esther voor haar vaders' veertigste verjaardag op internet te zoeken naar gegevens over haar opa. Ed was er niet blij mee. Hij had er geen behoefte aan en wilde het ook niet ‘omwille van mijn vader’. ‘Stel je voor dat hij in de V.S. getrouwd is. Wat moet dat niet teweegbrengen in zijn gezin?’ Maar, zo voegde hij toe: ‘Stiekem heb ik lange tijd gehoopt dat hij zelf naar mij op zoek zou gaan. Hij wist toch van mijn bestaan?’

Pas in 1967 wordt Ed officieel Nederlander.

Met zijn kleinzonen Milan en Jordi bezoekt Ed regelmatig de Amerikaanse begraafplaats in Margraten. Dan staan ze telkens even stil bij het graf van Jacob G. Moody, een witte Amerikaanse soldaat uit Arkansas. Ed heeft zijn graf geadopteerd.

Vanaf 14 september 1944 waren Amerikaanse bevrijders in Maastricht gestationeerd, zie Edward Moody.

De familie Wetzels vond het interessant dat de Amerikaanse soldaten die bij hen waren ingekwartierd een andere huidskleur hadden. Behalve in missietijdschriften zag je in die tijd niet gauw donkere mensen. Een zus van Lenie had ooit een zogenaamd missiekindje gezien, op school. Het was meegebracht door een missionaris die kwam vertellen hoe arm de mensen in Afrika wel niet waren. Daarom zamelde hij geld in voor de missie. De soldaten waren net zomin vertrouwd met een andere huidskleur. Voor hun vertrek naar Europa hadden ze weinig contact gehad met witte mensen.

Een van hen was Edward Moody. Dochter Lenie, 22 jaar, werd dolverliefd op Edward, die toen nog net geen 23 was. De liefde was wederzijds. Al snel, in januari 1945, ontdekte Lenie dat ze zwanger was. Er werd halsoverkop een huwelijk geregeld, dat op 24 februari 1945 plaatsvond in het gemeentehuis van Heer. Korte tijd later werd Edward overgeplaatst. Voor het echtpaar brak een onrustige tijd aan. Niet lang na de bruiloft was Lenie, zwanger en wel, verhuisd naar het Belgische Hasselt. Ze trok daar in bij oom Pie, een broer van haar moeder. Misschien wilde ma Wetzels, zoals gebruikelijk in het katholieke Limburg van die tijd, het ‘moetje’ buiten beeld houden. Niet bekend is of Lenie en Edward elkaar na de verhuizing naar Hasselt nog ontmoetten.

Ed kwam ter wereld in de toenmalige kazerne in Roermond, waar Amerikaanse troepen waren gelegerd. Volgens Ed was de bevalling gratis. Misschien omdat zijn moeder door haar huwelijk Amerikaans staatsburger was geworden. Lenie bleef enige jaren met haar zoon bij haar oom in Hasselt wonen. Ze werkte er als kraamhulp. Het contact met haar moeder verliep in die tijd stroef. De geboorte van het kind was voor ma Wetzels niet gemakkelijk te accepteren geweest. Toen kleine Ed 2 jaar was, vond nonk Giel dat zijn zus haar kleinzoon maar eens moest zien, ervan overtuigd dat ze dan wel zou bijdraaien. Hij haalde Eddie op in Hasselt en ging met hem naar zijn zus Lène.

Ed herinnerde zich niets van de eerste ontmoeting met zijn oma, maar heeft het verhaal erover later vaak gehoord. Toen hij aan de hand van zijn oom Giel het huis van oma binnenstapte, vroeg die: ‘Manneke, wie ben jij?’ ‘Ik ben Eddy.’ ‘Kom eens hier’, zei oma, waarna ze hem in haar armen sloot. Het ijs was gebroken. Toen Ed 5 was, ging hij met zijn moeder terug naar Heer en waar ze introkken bij oma.

Ik hoefde nooit te zwijgen over mijn afkomst. Ik heb toch niets verkeerds gedaan? Waarom zou ik daar niet over kunnen praten?

Het contact tussen Lenie en Edward bleef per brief nog een paar jaar bestaan, al was dat sporadisch. Ed hoorde wel het een en ander van zijn moeder over zijn vader, bijvoorbeeld als een cadeautje uit Amerika werd bezorgd.
In een brief uit 1951 stelde Edward aan Lenie voor om met kleine Eddie een paar maanden naar de V.S. te komen. Het mocht niet zo zijn. Terwijl Lenie de reis voorbereidde, werd ma Wetzels plotseling ernstig ziek. De reis werd afgelast. Geleidelijk verwaterde het contact tussen Lenie en Edward.

Last van zijn huidskleur heeft Ed nooit gehad, maar hij had wel door dat hij anders was dan andere kinderen, al was het alleen maar vanwege zijn haar. Zijn vrienden noemden hem weleens gekscherend ‘de rode neger’, want zijn kroeshaar was rossig. Later vond hij het interessant, een Amerikaanse bevrijder als vader.
Ed: ‘Ik heb nooit hoeven te zwijgen over mijn afkomst’. Hij herinnert zich slechts één opmerking over zijn afkomst. ‘Dat jij zomaar vertelt dat je vader een soldaat is. Dat jij dat durft!’, kreeg hij te horen van een kennis uit het dorp. De man legde uit dat zijn vader ook een soldaat was. ‘Maar’, zei Ed, ‘dat was een Duitse soldaat. Toch heel wat anders.’

Nu heb ik spijt dat ik niet eerder ben gaan zoeken, dit was zo definitief.

Ed was een populaire en bekende jongen. In 1959 richtte samen met vriend Hub Kuijpers een jongerenorkest op, The All Sounds. De band trad overal op in de Limburgse grensstreek op. Zo begeleidden ze Anneke Grönloh en Imca Marina, populaire zangeressen uit die tijd. Voor Ed waren buitenlandse concerten een heel gedoe. Voor iedere reis moest hij bij de marechaussee een dag-pas aanvragen. Hij was namelijk stateloos. Dat veranderde na zijn huwelijk in juni 1967 met Annie Grothues. Lenie bleef lang een alleenstaande moeder. Ze wilde dat ‘eerst de jongen onder de pannen moest zijn’. Toen ze later toch verkering kreeg en trouwplannen maakte, moest ze heel wat administratieve hobbels nemen. Ze stond immers nog te boek als getrouwd met Edward. Het duurde lang voor de scheiding geregeld was. Op het adres dat ze van Edward had bewaard, bleek hij onbekend. Zijn werkelijke adres was niet te vinden. De enige mogelijkheid voor Lenie om te kunnen trouwen, was om Edward als vermist te laten registreren. Er volgde een officiële oproep in de krant met de vraag wie informatie kon verschaffen over de verblijfplaats van Edward Moody. Er kwamen geen reacties. Na negen maanden werd Edward als vermist beschouwd en kon de echtscheiding worden uitgesproken. Lenie trouwde een maand na haar zoon, op 24 juli 1967.

Rond de viering van 50 jaar bevrijding deed dochter Esther een nieuwe poging om iets over haar opa aan de weet te komen. Nu met instemming van Ed. Op internet vindt ze een adres in New Jersey dat weleens zou kunnen kloppen. Esther belde. Er nam een vrouw op, Bessy. Esther begon het gesprek: ‘Ik bel uit Nederland.’ Bessy, de weduwe van Edward, wist meteen waar het om ging. Ze was er altijd van op de hoogte geweest dat Edward een zoon had in Nederland. Helaas bleek Edward inmiddels overleden. Ed: ‘Toen vond ik het spijtig dat ik niet eerder gezocht heb. Dit was te definitief.’ Ed kreeg contact met Debbie, dochter van Bessy en stiefdochter van Edward. Van haar hoort Ed dat hij een halfbroer en een halfzus heeft gehad. De halfbroer is op zijn 27ste overleden. Van de halfzus, Mia, is alleen bekend dat ze in huis woonde bij haar oma, die 102 jaar oud werd.
Het laatste wat ze van Debbie hebben gehoord, was dat ze ernstig ziek was.